· 

Concurrentiebeding voor zzp-ers: u bent gewaarschud!

In ons artikel van 2 april 2019 hebben wij de opdrachtovereenkomst tussen zorgverlener (opdrachtnemer) en zorginstelling (opdrachtgever) besproken.

Daar hebben we aangegeven dat de opdrachtgever bepalingen in de opdrachtovereenkomst kan opnemen die veel risico’s meebrengen voor de opdrachtnemer/zorgverlener, zoals:
1. Aansprakelijkheid voor eventueel te betalen loonheffing
2. Terugbetaling meer-uren buiten indicatie
3. Terugbetaling als zorgkantoor niet betaalt aan de zorginstelling

Als zorgverlener moet u derhalve goed opletten dat deze bepalingen niet in de opdrachtovereenkomst voorkomt. Een goed opgestelde opdrachtovereenkomst voorkomt veel problemen.

Hetzelfde geldt met een concurrentiebeding. Veel zorgverleners denken dat het wel zal loslopen met een dergelijk concurrentiebeding als de opdrachtgever zich daarop beroept. Dit is een echter een groot misverstand. Dit misverstand wordt voornamelijk veroorzaakt doordat er twee soorten concurrentiebedingen zijn met twee verschillende wettelijke uitgangspunten.

Belangrijk is om goed te onderscheiden dat er twee soorten concurrentiebedingen zijn met geheel verschillende juridische gevolgen, namelijk:
1. Het concurrentie beding dat is opgenomen in een arbeidsovereenkomst, en
2. Het concurrentiebeding dat is opgenomen in een opdrachtovereenkomst.


1. CONCURRENTIEBEDING ARBEIDSOVEREENKOMST

Het concurrentiebeding opgenomen in een arbeidsovereenkomst (voor bepaalde tijd) wordt geregeld in artikel 7:653 Burgerlijk Wetboek.

Indien het gaat om een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd dan dient het concurrentiebeding te voldoen aan (zeer) strenge voorwaarden wil een dergelijk beding toegepast kunnen worden tegen een opdrachtnemer/zorgverlener:
a. het beding moet schriftelijk worden opgenomen voordat de arbeidsovereenkomst een aanvang neemt.
b. de werkgever moet zeer goed motiveren waarom er volgens hem sprake is van een zwaarwegend belang.
c. ten slotte moet de werkgever aangeven welke schade hij zal leiden bij overtreding van het concurrentiebeding door de werknemer.

Ook al motiveert de werkgever alles zeer goed, dan nog heeft de werkgever geen enkele zekerheid dat zijn beroep op het concurrentiebeding zal worden gehonoreerd.

De voorwaarden zijn zo strikt dat het in de praktijk weinig zal voorkomen dat een werkgever met succes een beroep kan doen op een concurrentiebeding.

Zoals gezegd dergelijke voorwaarden gelden voor een concurrentiebeding dat is opgenomen in een arbeidscontract voor bepaalde tijd.

Beding in arbeidsovereenkomst: niet geldig, tenzij
Het uitgangspunt bij een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is dat het NIET geldig is, TENZIJ de werkgever het beding (zeer) goed motiveert en dan nog moet worden bezien of de werkgever daar met succes een beroep op kan doen.


2. CONCURRENTIEBEDING OPDRACHTOVEREENKOMST

De (zeer) strenge voorwaarden die gesteld worden aan een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd gelden echter NIET voor een concurrentiebeding dat is opgenomen in een opdrachtovereenkomst. 

Als er dus geen sprake is van een arbeidsovereenkomst maar van een opdrachtovereenkomst, dan is artikel 7:653 BW NIET van toepassing, en zijn de strenge voorwaarden die daaraan worden gesteld dus ook NIET van toepassing.

 

Voor de opdrachtovereenkomst bestaan GEEN specifieke bepalingen met betrekking tot het concurrentiebeding. De rechter valt dan terug op de algemene bepalingen van verbintenissenrecht en in dit geval wordt er dan verwezen naar artikel 6:248, lid 2 BW.

Uit deze bepaling vloeit voort dat een concurrentiebeding rechtsgeldig is, TENZIJ dit beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als onredelijk moet worden beschouwd. Er moet derhalve een zwaarwegend belang zijn aan de zijde van opdrachtnemer op grond waarvan de rechter kan besluiten om de toepassing van het concurrentiebeding achterwege te laten

In de rechtspraak wordt als zwaarwegend belang veelal aangevoerd het grondwettelijk recht van iedere Nederlander op vrije keuze van arbeid (artikel 19, lid 3 Grondwet).
Een concurrentiebeding zou dus als een beperking van het recht op vrije keuze van arbeid kunnen worden gezien.

Echter de rechter zal niet snel tot een dergelijk oordeel komen. De opdrachtnemer/zorgverlener zal (zeer) sterke argumenten moeten inbrengen tegen een concurrentiebeding, wil de rechter het beding opzij zetten.

Zo oordeelde bijvoorbeeld een rechtbank in 2018 dat een concurrentiebeding met een verbod van maar liefst 24 maanden na het einde van de samenwerking plus een straal van 35 kilometer op zichzelf niet onredelijk is!


CONCLUSIE

Een concurrentiebeding opgenomen in een opdrachtovereenkomst heeft als uitgangspunt dat het bindend is, TENZIJ het beding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onredelijk is (dus tenzij er een zwaarwegend belang aanwezig is), waarbij alle feiten en omstandigheden van het geval meegenomen moeten worden.

En zoals bij verschillende wetssystemen (zoals in het belastingrecht) wordt een beroep op de redelijkheid en billijkheid niet snel door de rechter gehonoreerd, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de uitspraak van rechtbank.

Dus denk niet lichtzinnig over een concurrentiebeding opgenomen in een opdrachtovereenkomst, want u zit er als zorgverlener gewoon aan vast, tenzij zwaarwegende redenen voor de rechter aanleiding geven om het opzij te zetten. Maar ga daar in beginsel niet van uit.

Dus als u een dergelijk beding ziet in een opdrachtovereenkomst probeer dan met onderhandelen het beding er uit te halen of als dat niet lukt te verzachten. Als de opdrachtgever echter voet bij stuk houdt, overweeg dan goed of u de opdrachtovereenkomst überhaupt nog wil tekenen en als u dat toch doet wat de consequenties kunnen zijn als de samenwerking wordt beëindigd.

Copyright 2019.  De Kroon Adviseurs